Orde van dienst zondag30 augustus 2026 in de Maartenskerk te Hillegom

Voorgangers Evert Jan Oppelaar en Elske Vledder 

Organist: Chris Borst

Welkom door ouderling van dienst

Aansteken van de kaarsen met lied 290

Hemelhoog 553 ‘Dank U, Heer, voor al wat leeft’: 1 en 4

1 Dank U, Heer, voor al wat leeft,
dank voor alles wat Gij geeft
voedsel, vreugde, overvloed –
Gij zijt overstelpend goed!
Dank U wel voor al wat groeide,
wind en wolken, licht en lucht,
velden vol van goede vrucht,
dank dat duizend bloemen bloeiden!

4 Dank U, Heer, dat wie zo leeft
dankzij Pasen toekomst heeft
honing, melk in overvloed,
Kanaän wordt meer dan goed!
Vrolijk zingen wij tezamen
wereldwijd het hoogste lied
als uw wil voorgoed geschiedt
juichend halleluja, amen!

Stil gebed

Groet

Bemoediging

Drempelgebed

Allen gaan zitten. Korte stilte

Inleiding op de dienst

Lied 992: ‘Wat vraagt de Heer nog meer van ons’ (voorspelen)

1 Wat vraagt de Heer nog meer van ons
dan dat wij recht doen
en trouw zijn
en wandelen op zijn weg?

2 Wat vraagt de aarde meer van ons
dan dat wij dienen
en hoeden
als mensen naar Gods beeld?

3 Wat vragen mensen meer van ons
dan dat wij breken
en delen
als ons is voorgedaan?

4 Het is de Geest die ons beweegt
dat wij Gods wil doen
en omzien
naar alles wat er leeft.

Dialoog 1

Lezing Romeinen 12 (deel 1)

Lector Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen. Dat is de ware eredienst die van u wordt gevraagd. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar u veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God wil en wat goed, volmaakt en Hem welgevallig is.

Lied 834 ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht’

1 Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!
God, laat mij voor uw aangezicht,
geheel van U vervuld en rein,
naar lijf en ziel herboren zijn.

2 Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.

3 Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig licht,
van aangezicht tot aangezicht.

Dialoog 2

Lied 923 ‘Wil je wel geloven dat het groeien gaat’: 1, 2 en 3

1 Wil je wel geloven dat het groeien gaat,
klein en ongelooflijk als een mosterdzaad,
dat je had verborgen in de zwarte grond,
en waaruit een grote
boom ontstond.

2 Wil je wel geloven het begin is klein,
maar het zal een wonder boven wonder zijn
als je het gaat wagen met Gods woord alleen;
dan gebeuren wonderen
om je heen.

3 Wil je wel geloven dat je vrede wint,
als je vol vertrouwen leeft, zoals een kind.
Als je een geloof hebt als een mosterdzaad,
groeit de liefde uit
boven de haat.

Lezing Matteus 17:

Lector Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ Daarop sprak Jezus de demon streng toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’

Dialoog 3

Lied 843 ‘Wat te kiezen’

1 Wat te kiezen, leven, dood,
afgod geld, genadebrood?
Alles houden wat ik heb,
of mij geven, gaandeweg?

2 Wat mij vasthoudt, wat mij heeft,
wat mij werft en wat mij leeft,
is het vele, geld en goed,
aarden schatten, overvloed.

3 Die mij vasthoudt, weegt en wikt,
die mij voedt en mij verkwikt,
is de Ene, goed is God,
hemelschat, genadebod.

4 Wat te kiezen, leven, dood,
afgod geld, genadebrood?
Alles houden wat ik heb,
of Hem volgen op zijn weg.

Lezing Romeinen 12 (deel 2)

Lector Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden. U moet verstandig over uzelf denken, in overeenstemming met het geloof, de maatstaf die God ieder van u geschonken heeft. Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie uitdeelt, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig is, moet daarin blijmoedig zijn.

Dialoog 4

Lied 221 ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’

1 Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

2 Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

3 Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Gebed, stil gebed, Onze Vader

Inzameling van de gaven

Lied 422 ‘Laat de woorden die we hoorden’

1 Laat de woorden
die we hoorden
klinken in het hart.
Laat ze vruchten dragen
alle, alle dagen
door uw stille kracht.

2 Laat ons weten,
nooit vergeten
hoe U tot ons spreekt:
sterker dan de machten
zijn de zwakke krachten,
vuur dat U ontsteekt.

3 Laat ons hopen,
biddend hopen,
dat de liefde wint.
Wil geloof ons geven
dat door zo te leven
hier Gods rijk begint.

Zegen (gevolgd door gezongen amen)