Zondag 18 december 2022, Maartenskerk 10.00 uur, 4e Zondag van Advent Thema: Dromen in het donker Orgelspel Welkom en mededelingen Aansteken van de 4 adventskaarsen aan de Paaskaars met projectlied ‘Mensen kijken in het donker’: Mensen kijken in het donker naar een wereld vol verdriet. Steek een kaars aan, die vertelt je van het licht dat je straks ziet. Refrein Het wordt anders, het wordt lichter. Het wordt licht voor jou en mij en voor iedereen op aarde. Het wordt Kerst. God is dichtbij. Mensen kijken naar de sterren. Maar dat licht is ver en koud. Steek een kaars aan, die vertelt je van het licht dat van ons houdt. Refrein Mensen hebben mooie plannen, maar er gaat zo vaak wat mis. Steek een kaars aan, die vertelt je dat Gods toekomst stralend is. Refrein Mensen dromen mooie dromen van een wereld, licht en fijn. Steek een kaars aan, die vertelt je hoe de wereld eens zal zijn. Refrein (allen gaan staan) Aanvangslied: Lied 72: 1, 2 Geef, Heer, de koning uwe rechten en uw gerechtigheid aan 's konings zoon, om uwe knechten te richten met beleid. Dan ruist op alle bergen vrede, heil op der heuvlen top. Hij zal geweldenaars vertreden, maar armen richt hij op. Zolang de zon des daags zal rijzen, de maan schrijdt door de nacht, moet al het volk hem eer bewijzen, hem loven elk geslacht. Hij moge mild zijn als de regen, het land tot lafenis. Vrede zal bloeien allerwegen, totdat geen maan meer is. Moment van stilte Groet v Genade en vrede, u en jullie allemaal, van God onze Vader en van Jezus Christus de Heer. a Amen. Bemoediging v Onze Hulp is in de Naam van de Heer, a die hemel en aarde gemaakt heeft, v die trouw blijft tot in eeuwigheid a en niet loslaat het werk van zijn handen. Gebed van toenadering, afgesloten met … v .… dit bidden wij U in de naam van Jezus Christus, onze Heer. a Amen. Vervolg aanvangslied: Lied 72: 3 Heerse van zee tot zee zijn vrede, van land tot land zijn lof, de volken zullen tot hem treden, zijn vijand likt het stof. Tarsis en Scheba's verre stranden, brengt hem uw overvloed. Gij koningen van alle landen, valt deze heer te voet. (allen gaan zitten) Inleiding op de zondag Lied bij het begin: Lied 434 Daar komt een schip, geladen tot aan het hoogste boord, draagt Gods Zoon vol genade, des Vaders eeuwig woord. Hoe 't schip het water kliefde! Het bergt een kostbren last; het zeil, dat is de liefde, de Heilige Geest de mast. Het anker valt ter rede, nu is het schip aan land. Het woord is vlees geworden, Gods Zoon reikt ons de hand. Te Bethlehem geboren als kindje in een stal, geeft zich voor ons verloren de Heiland van 't heelal. En wie in groot verblijden dit kindje kussen wil, moet vooraf met Hem lijden zijn kruis, om zijnentwil, en daarna met Hem sterven, om met Hem op te staan en 't leven te verwerven, gelijk Hij heeft gedaan. Gebed om ontferming Antwoordlied: Lied 158a: 1 God zij geloofd uit alle macht, Hij komt zijn volk bevrijden en heeft aan Israël gebracht verlossing in zijn lijden. Hij heeft zijn teken opgericht: verheffing van het aangezicht voor heel het huis van David, zoals voorlang geschreven stond heeft Hij gedacht aan zijn verbond, zo doet Hij ons herleven. Gebed om verlichting door de Heilige Geest Inleiding op de Schriftlezingen 1ste Schriftlezing: Micha 5: 1-5 “Kerf nu je lichaam, krijgszuchtige vrouw, als teken van rouw; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor Mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer. Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten. Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de HEER, zijn God, met de majesteit van diens verheven naam. Zij zullen veilig wonen, want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, en hij brengt vrede.” (NBV21) Tussenzang: Lied 459: 1, 2, 3, 4, 5 Ik breng een rechter aan het licht, zo spreekt de Heer, en zijn gericht zal over alle volken gaan, de tirannie heeft afgedaan. Een koning bij de gratie Gods, het onrecht breekt hij en de trots van die grootspreken in hun waan en kleinen naar het leven staan. Hij is geen schreeuwer in de straat, geen holle klank, geen potentaat, de roep van zijn verlossend woord wordt in het verste land gehoord. Een riet dat buigt in weer en wind, zo is mijn knecht, een mensenkind; wat is geknakt, verbreekt hij niet, zijn adem heelt gelijk een lied. Is hij een lamp die helder schijnt, hij dooft de vlam niet die verkwijnt, mijn knecht geeft gloed aan het bestaan, hij wakkert het geringe aan. 2de Schriftlezing: Lukas 1:80-2:5 “Het kind groeide op en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël. In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. (4-5) Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde.” (NBV21) Vervolg tussenzang: Lied 459: 6, 7 Hij is het eerste morgenlicht, de blinde ziet een vergezicht, de dove hoort een nieuw geluid, de aangeklaagde gaat vrijuit. De vorst der vorsten is een knecht, de volken komen tot hun recht, vrijheid en vrede eren hem die ’t hart is van Jeruzalem. Preek Muzikaal meditatief moment Lied na de preek: Lied 473 Er is een roos ontloken uit barre wintergrond, zoals er was gesproken door der profetenmond. En Davids oud geslacht is weer opnieuw gaan bloeien in 't midden van de nacht. Die roos van ons verlangen, dat uitverkoren zaad, is door een maagd ontvangen uit Gods verborgen raad. Maria was bereid, toen Gabriël haar groette in 't midden van de tijd. Die bloem van Gods behagen heeft, naar Jesaja sprak, de winterkou verdragen als allerdorste tak. O roos als bloed zo rood, God komt zijn volk bezoeken in 't midden van de dood. De vierde ster: toelichting van Marcel van Kampen Dankzegging en voorbeden, stil gebed en gezamenlijk Onze Vader Collectemoment (allen gaan staan) Slotlied: Hemelhoog Lied 157: 1, 3, 4 Wij trekken in een lange stoet op weg naar Betlehem; wij gaan uw koning tegemoet, o stad Jeruzalem! Gezegend die zijn komst begroet en knielen wil voor Hem! Refrein Wij loven U, Koning en Heer, Koning en Heer. Wij loven U, Koning en Heer! Al gaat de vijand in het rond, de koning van het kwaad, al dreigt hij met zijn grote mond dat hij U eens verslaat, straks ligt hij dodelijk gewond wanneer zijn rijk vergaat! Refrein Wij gaan op weg naar Betlehem, daar ligt Hij in een stal, die koning in Jeruzalem voor eeuwig wezen zal! Laat klinken dan met luider stem en blij bazuingeschal: Refrein Zegen Orgelspel